Zeeltkriebels – Het water zonder zeelt I (Introductie)


Ik ben een beetje uitgekeken op mijn huidige water. Ondanks dat ik er plezier van heb, begin ik te twijfelen. 39 vissen komen van het water. De langste zeelt was 55 cm en de gemiddelde lengte 49 cm. Om over het gewicht nog maar te zwijgen. Prachtige vissen heb ik er gevangen. Hoog gebouwd, verschillend van kleur, maar het knaagt. Ik snak weer naar een 55+er, ik snak weer naar een 3,5 kg vis. Iets wat ik in tijden niet gezien heb.
Ik heb zoveel informatie gekregen van wateren waar grote zeelten zwemmen, dat ik besloten heb de komende tijd een paar van deze nieuwe bronnen aan te doen. Just checking, want geloven doe ik alleen wanneer ik het zelf zie. Ik heb zo vaak karpervissers horen zeggen dat ze een zeelt van 10 pond heb gevangen. Ik heb zo vaak gehoord dat er enorme zeelten zwemmen, dat je het bijna gaat geloven.
‘Eerst zelf zien, dan geloven’ gebleven. Meestal worden zeelten groot geschat. Er zijn namelijk weinig karpervissers die een meetlint onder een zeelt leggen. Laat staan, secuur wegen. Ik ga weer op pad. En zo geschiedde.

Het water zonder zeelt
Het is dinsdag en ik heb een dagje vrij genomen. Ik heb besloten wat informatie te winnen en rij naar een water waarvan ik het bestaan wel wist, maar nooit heb aangedaan. Simpelweg omdat ik mijn geringe tijd maar één keer kan besteden en ik totaal niet bekend was met het water. Ik begin dus gewoon op nul. Eigenlijk ook wel heel erg spannend, aangezien ik nagenoeg geen enkele foto van zeelt van dit water heb. Alle informatie kan ik dus gebruiken en zo heb ik besloten de plas alleen met een marker aan te doen.

Mijn auto staat ergens in de berm en ik loop naar het water. Eerst moet ik een klein bosje door, zandpaadje op, hekje door en dan doemt er een grote plas op. Mijn eerste indruk is..”Oei, best groot!”, en ik begin mijn ronde. Ik tuur over het water en probeer activiteit te bespeuren. Daar… een plons en ik blijf staan. Was dat nou karper of zeelt? Dat blijft nu nog een raadsel. Ik blijf nog even staan, maar zie verder niks. Ik loop verder. Wanneer ik 10 minuten rondloop zie ik een visser. Er staat geen bivy, maar ik zie wel twee karperhengels. 

Foto: 62 cm en 4300 gram. Helemaal geen straf.

“Goeiemorgen”
“Mogguh”
En dan blijft het stil. Ik heb niet zo’n moeite om een gesprek te beginnen, dus ik probeer een gesprek op te starten.
“Ik heb gehoord dat hier grote zeelt en brasem zwemt, klopt dat?”
De man zit met zijn armen over elkaar en blijft stoïcijns naar zijn hengel kijken en zegt:
“Van die brasems klopt wel, maar zeelt zwemt hier niet!”
Dat valt een beetje rouw op mijn dak en ik probeer door te vragen.
“Weet je het zeker? Ik heb van andere vissers gehoord dat hier grote zeelten zwemmen, ik ben namelijk zeeltvisser en ben op zoek naar de grote jongens onder de zeelten.”
Ondertussen laat ik een zeelt op mijn telefoon zien en ik heb de aandacht van de man te pakken.
Dan swipe ik naar de volgende foto en laat nog een mooie zeelt zien.
De armen gaan nu van elkaar en de man draait zich naar mij toe.
“Ik weet niet waar je dat vandaan hebt, maar ik ben hier nu al een tijdje controleur en het enige waar men hier last van heeft, zijn die grote lappen van brasems en mensen die er hier een puinhoop van maken. Zeelten heb ik hier nog nooit gezien.”
Mmm, dat valt vies tegen en ik besluit het hier over de brasemboeg te gooien.
“Mag ik vragen hoe groot die brasems dan zijn?”, vraag ik.
“Er zwemmen hier grote brasems van wel een kilo of 6. Beste jongens.” Mijn ogen beginnen te glunderen.
“Ze zeggen dat hier zelfs een brasem van een kilo of 7 is gevangen, maar die heb ik zelf niet gezien.”
De man is los en ik praat met hem over de vele brasems die hier zwemmen.
Ik ben ruim drie kwartier zoet met Bart (Ik heb em inmiddels zijn naam ontfutseld) en besluit dan mijn rondje te voltooien.
Tijdens het rondje kom ik geen karpervisser meer tegen, maar wel een boel rommel en zo loop ik terug naar mijn auto.

Foto: Het was te verwachten aan het water zonder zeelt.

Zaterdag
Het is zaterdagoctend en ik sta om 07:00 uur bij de plas. Ik loop eerst een stukje en kom bij het gedeelte waar ik dinsdag een vis zag springen.
Ik peil wat, vind een hard plaatje en begin op dit stukje te spodden. Het tweede stekje wordt een rietkraagje met plompen ervoor. Ook hier begin ik met spodden en laat de stekken met rust. Om 07:30 uur is mijn kamp klaar en ik besluit mijn hengels uit te werpen. Eén met wormen en de andere met maden.
Ik probeer maar wat, weet niet waar de vis op reageert en ik zal dit echt uit moeten zoeken.
Nog geen half uur later klapt de waker tegen de lak van mijn hengel en ik zie dat de waker op en neer beweegt. Brasem, is mijn eerste gedachte.
Ik pak de hengel op en na 10 seconden voel ik het al. Er komt een lap bovendrijven en het is inderdaad brasem.
De brasem glijdt in mijn net en ik geloof niet dat het een hele grote is. Snel leg ik de vis op de plank en komt tot een 55 cm. Niet erg groot, maar ook niet erg klein. Hier kom ik niet voor en zet de vis snel terug in het water.
Nog geen 10 minuten later gaat dezelfde waker weer op en neer en weer haak ik een brasem. Deze is kleiner en ik vraag me af of ze zich niet vergist hebben in het formaat brasem dat hier zwemt. De vis is kleiner dan de vorige, tikt net de 50 cm aan en mag binnen no time terug.
Nog geen 5 minuten later gaat de pieper voor de derde keer en weer zie ik mijn wakertje op en neer dansen.

Dit voelt log, dit voelt ok en ik schrik wanneer ik toch weer een brasem zie. Niet zomaar één, maar een hele flinke.
Ze geeft niet al te veel sport en ze ligt zo in mijn net, maar wat een buffel.
Ik leg haar op de onthaakmat, ontdoe haar van de haak en pak mijn weger. Snel weeg ik haar en ze komt op een netto gewicht van 4,3 kg.
Dat is geen straf. Ik zie dat ze maar een oog heeft. Dat zie je wel vaker. Toch ziet ze er gezond uit. Gelukkig maar.
Vlug nog even op de meetplank en met 62 cm, mag ze er best zijn.
We doen even een fotootje en ik laat haar vervolgens weer vrij. Best een productief half uurtje.

Dan valt het stil en is het een uur muis…stil.
Ik tuur over het water. Zie wat tentjes staan en probeer wat activiteit op te snuiven. Langs het riet scharrelt een meerkoet, maar verder bespeur ik geen enkele activiteit.
Boven me trekt het wolkendek open en komt de zon langzaam door. Niet waar ik echt op zit te wachten, maar het is goed zo.
Dan zie ik iemand het bospad uitkomen. Het is een karpervisser, hij heeft niet veel bij zich en komt deze kant op.
Het is Bart en hij loopt me tegemoet.
“Al wat gevangen?”, vraagt hij geïnteresseerd.
“Drie brasems en nog geen zeelt.”, zeg ik en Bart begint te lachen.
“Je zit hier ook helemaal verkeerd man, dit is een brasemwater!”, en Bart loopt al hoofdschuddend door.

Daar sta ik dan met mijn zeeltspullen. Zou hij dan toch gelijk hebben?
Ik krab me nog eens achter de oren en kijk Bart nog eens na. Het knaagt.
“Dit wordt nog een zware dobber, Pomp.”

0 Reacties

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter