The Hunt for Roxy en Estelle (De Ontmoeting)


“Gloeiende, gloeiende!!” De foedraal zet ik tegen een boom, de rugtas gaat van de schouder en ik zak door mijn hurken. Mijn vingers raken de contouren van een schoenafdruk. “Deze zijn niet van mij..”, fluister ik zacht. Met samengeknepen ogen tuur ik over het water. Secuur kijk ik langs de oever, maar zie geen teken van leven. Het zal toch niet zo zijn dat er hier meer vissers actief zijn?

Zo’n 10 jaar geleden was dit een geliefd karperwater. Door een ziekte, waarschijnlijk blauwalg, is hier het totale karperbestand om zeep geholpen. De gemeente heeft niets aan de massale sterfte gedaan. Zo werd het eens zo prachtige water door iedereen als verloren beschouwd.

Volgens Felix wordt dit water al jaren niet meer bevist, maar kwam hij er per toeval achter dat er nog wel degelijk vis zwom.  Felix heeft daarom al tijden het alleenrecht gehad en heeft dit altijd voor zich gehouden.
“Nee, het kan haast geen visser zijn!” Ik probeer mezelf moed in te praten en besluit dan toch het kamp op te bouwen. Onrustig begin ik met het optuigen van mijn hengels. Telkens kijk ik even over het water. Alsof er plots iemand op kan duiken.

Foto:De plompen zijn inmiddels afgestorven.
De dobbers zijn als vanouds van de partij. Dat statisch snoeken heb ik nog niet veel vertrouwen in. Hoewel de overgang van statisch zeelten naar statisch snoeken volgens mij niet zo groot is, zweer ik bij het dobbertje kijken. Misschien dat ik later nog een keer ga switchen.
Onder de dobbers gaan voorn en baars. De voorn gaat naar links boven een ondiep plaatje van drie meter. Het plateautje dat me de eerste vis heeft opgeleverd.  De baars gaat naar rechts, het diepere gedeelte. Althans. Er ligt een talud op drie meter diep. Rechts van het talud loopt het water naar zes meter. Hier moet ook wat te halen zijn.

Wanneer ik de banksticks in de grond wil duwen, zie ik een paar bestaande gaten. Voor een tweede keer slaat mijn hart over. Om de plek zo onopvallend mogelijk achter te laten, probeer ik elke aanwijzing van aanwezigheid te verbloemen. Zelfs de gaten van de banksticks gaan na afloop dicht. Ik zou toch zweren dat ik die gaten de laatste keer heb weggewerkt. Ik begin nu echt aan mezelf te twijfelen.  Ik zal me wel vergist hebben en gooi de aasvissen op hun plaats. Ik ben dan eindelijk klaar  “and it’s time to put the kettle on”, zouden de Engelsen zeggen. Ik hou het bij mijn thermoskan heet water.

Uren gaan voorbij, maar de dobbers krijgen geen stootje. Ik besluit het water nog eens af te zoeken. Het water wordt goed bewoond door eenden en futen. Als er futen rondzwemmen, mag je toch aannemen dat er kleine vis zwemt. Hoezo, uitgestorven?
Ik kijk verder. Onder een overhangende tak zie ik wat kringen op het water. Ik kijk nog eens goed. Het konden wel rugvinnen zijn. Verdomd, ik zie het goed!! Het zijn rugvinnen en ze komen deze kant op!!

Ik besluit een paar stappen achteruit te doen. Weg uit het gezichtsveld van de vissen. Ben heel benieuwd wat daar nu aan komt zwemmen. Achter de boom, bij mijn foedraal, zie ik hoe een lobbes van een spiegel vergezeld wordt door een wat kleiner schubje. Ze zwemmen hoog in het water en patrouilleren langs de oever. “Gloeiende, gloeiende. Er zwemt hier dus toch nog karper!”, fluister ik zachtjes… En ik krijg het warm van binnen.

Foto: Wel je aandacht erbij, anders is ie weg 🙂
“Yeps, hier zwemmen nog karpers!” Voor de derde keer deze dag schrik ik mij de tandjes.
Als er nog haren op mijn hoofd zaten, waren die er inmiddels ook van schrik afgevallen.  Vanuit de bosjes komt een in camouflagepak gehulde man, compleet met camouflagehoed.

“Gloeiende, gloeiende…ik schrik me een ongeluk man!!” , verbaasd kijk ik onze Rambo aan.
De man komt nu voorzichtig uit zijn schuilplaats en staat nu naast me.
“Jij was hier vorige week ook he”, is het eerste wat de man mij vraagt. Tegelijkertijd gaat hij door zijn knieën en bekijkt mijn hengels en spullen.
Verbouwereerd volg ik de verrichtingen van onze vreemdeling en geef hem een positief antwoord.
“Ik heb je vorige week die snoek zien vangen. Mooi beest!”
Ineens draait de man zich om, steekt zijn handschoen uit en stelt zich voor.” Ik ben Ruud, de enige visser op dit water.” ”Nu niet meer!”

Hoewel de man mij niet echt onaardig overkomt zie ik dat hij een soort overlevingsmes aan zijn riem draagt. Dat stelt me niet echt gerust. Ik besluit mij er bij neer te leggen dat ik vandaag niet de enige ben. Voorzichtig ga ik de confrontatie met de medevisser aan.

“Ik ben Marcel en ik moet nog steeds even bijkomen!”
Ruud valt me in de rede: “Sorry dat ik je zo liet schrikken, maar ik heb begrepen dat je al door had dat je hier niet alleen zit” “Dat klopt”, zeg ik. “Je profielzolen kwamen niet overeen met de mijne.” “ Plus daar kwam nog bij dat ik wat gaten van banksticks zag.” “Het kon haast niet anders!”

“Ha, goed gezien!” “Normaliter probeer ik zo veel mogelijk te verdoezelen, maar ging gisteren iets te laat weg.”  “In het donker kon ik niet helemaal mijn sporen uitwissen en dus wilde ik vandaag even terugkomen.”  “Maar niet om het een of ander, volgens mij gaat je linker dobber er vandoor.”
Ik zie nog net dat de linker dobber onder zoeft! Vlug pak ik de hengel, draai strak en geef een hengst. “Bingo!”, roept Ruud en de man pakt alvast mijn schepnet. “Ik zal je even helpen scheppen.”

De vis geeft goeie sport, vecht niet al te woest en komt al gauw langszij. “Tomme, dat is een snoekbaars”, roep ik.  Ruud bevestigt mijn vermoeden en zegt: “En dat is een beste ook!”
De vis wordt vakkundig door Ruud geschept en gaat vervolgens op de meetplank.
“Dat is zekere een goeie snoekbaars. Wat een joekel!!!”, roep ik. “Nog niet echt volgevreten maar wel goed aan de maat.” Een ingetogen “Yes”, kan ik niet onderdrukken. Ruud biedt aan om foto’s te maken. Dat doet hij niet onverdienstelijk en na de kiekjes gaat de vis weer terug.

Foto: Prachtige verrassing. Kleine prijsvraag: Een set doodaasdobbers voor de juiste maat!
Het ijs is inmiddels gebroken, we drinken een kop thee en ik speel open kaart. Ik vertel hem dat ik hier met een missie zit. Dat ik op zoek ben naar grote snoek. Dat ik het water ken van een oud gediende. Dat het water “Het vergeten water” wordt genoemd. Ik houd me in over Roxy en Estelle, misschien iets voor later, laat nog niet het achterste van mijn tong zien. Dat levert toch al een verrassend gesprek op.

“Dus jij kent de plas van die oude snoekenjager en zijn vismaat?”
Ondertussen pakt Ruud zijn overlevingsmes en gooit deze voor hem in de grond. Alsof hij ‘landjepik’ speelt in zijn jonge jaren.
“Die ouwe kent mij ook wel, alleen zijn wij elkaar in die vijf jaar uit het oog verloren.” “Wegens omstandigheden was ik tijdelijk gestopt met het vissen op dit water.” “En daarna kwam die ziekte erin.” “Ik heb de plas net als andere vissers links laten liggen. De topvissen waren allemaal gestorven.” “God, wat was ik er ziek van!” “Maar afgelopen zomer kreeg ik een ingeving.”
Weer pakt Ruud zijn mes en gooit hem in een boom. Ik frons mijn wenkbrauwen.

“Ik wilde weer eens terug naar het water waar eens de prachtigste karpers zwommen.”
“Ik hoopte toch nieuw leven aan te treffen.” “Mijn hart sloeg daarom over toen ik een grote spiegel zag zwemmen.” “Sindsdien zit ik hier weer.” “Helemaal in mijn uppie. Tot vorige week.”

Geboeid zit ik te luisteren en zo blijven Ruud en ik nog een paar uurtjes praten.
Ik vang nog een snoek van negenentachtig, maar heb mijn kop er niet bij. Ik vind het mega interessant dat ik min of meer een partner in crime heb gevonden. Iemand die net als ik een geheim voor zich wil houden. Misschien iemand om mijn missie aan “De verlaten Plas” te delen. Maar daar moet ik eerst eens goed over nadenken. Het onderwerp Roxy en Estelle laat ik daarom nog even voor wat het is.

Tja, en hoe moet ik dit Felix brengen? Ben benieuwd hoe hij zal reageren op de ontmoeting met Ruud. Maar dat is iets voor later. Inmiddels zit ik in de auto op weg naar huis. Als ik naar de passagiersstoel kijk, zie ik het fototoestel. Ik zou bijna vergeten dat ik een bak van een snoekbaars heb gevangen. Hadden die oudjes toch gelijk.

p.s. Ik heb twee doodaasdobbers in de aanbieding. Degene die de lengte van deze snoekbaars raadt, krijgt ze cadeau.

21
Reageer op dit artikel

avatar
21 Comment threads
0 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
21 Comment authors
MarcelLaurensSander SchuitemakerSiebeRufus Recent comment authors
  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Leon haenen
Gast
Leon haenen

Ik zou een boek uitbrengen….zelden was ik zo benieuwd naar een volgende aflevering…dit is echt heel leuk….dikke pluim pompie!

Nico
Gast
Nico

Inderdaad, bijna net zo spannend als de boeken van de schippers van de Kameleon van vroeger!!! Prachtvis trouwens!!!

groet
Nico

Sytse van der Harst
Gast

Leuk verhaal weer!
Ik schat dat vissie op 73 cm.

Gr. Sytse

Johan V
Gast
Johan V

Dat was ook het eerste wat ik dacht na een paar alinea’s lezen Leon! Schrijf een boek..
Keep it up Pomp!
Snoekbaars gok ik op 67cm.

Pierre
Gast
Pierre

Prachtig !!!

65cm !

Paul
Gast
Paul

Leuk verhaaltje weer….word steeds spannender…nog maar eens een gokje wagen.. mijn gok 58 cm…:)

Niels van de Ven
Gast
Niels van de Ven

Kijk iedere keer weer vol verwachting op je site Marcel. Mooie vis!

En je hebt nu iemand met een overlevingsmes als Ton met zijn maat langskomt 🙂

Groeten, Niels

Jesper
Gast
Jesper

Hey Marcel, hele fijne verhalen om te lezen, ga zo door!
Ik schat de snoekbaars op 64 centimeter…

Jurgen
Gast
Jurgen

He Marcel, zit je net te mailen en ik dacht ff kijken op z’n site!
Heeft weer een nieuw prachtig verhaal online staan.
Mooi man, ga zo door.

Ik schat de snoekbaars op 62cm.

Grt, Jurgen

Joop Bijtelaar
Gast
Joop Bijtelaar

Dag Marcel,

Spannend verhaal. Ik schat de snoekbaars op 64 cm.

Groet,
Joop

Steven
Gast
Steven

Bizar! Je vangt toch wel erg veel en mooie vissen! Ik gok 68 cm.

Groetjes en snel weer een nieuwe episode! 🙂

Steven

Dennis
Gast
Dennis

Hallo Marcel,ik heb weinig toe te voegen aan bovenstaande berichten…het heeft wat weg van een boek lezen,wat ik dan vroeger nogal eens deed .Had zelf trouwens 2 snoekjes laatst ,70`r en 80`r ,in die paar uurtjes.Goed we gaan weer eens de maat raden,vorige keer zat ik er nogal ruim boven…dit keer iets meer inhouden wellicht hehe ,oke ik zal zeggen 71 cm *-) Grts!

Bram
Gast
Bram

Heej Marcel,

Mooie verhalen! Ik kijk uit naar de volgende! En naar de volgende snoekbaars van 69 cm!

Groet!
Bram

Erna
Gast
Erna

Hey hoi Mas,

we sluiten ook bij de anderen aan ’t zijn mooie verhalen.

66 cm dachten we.

Gr.Erna/Menco

John
Gast

Hey Marcel,

Het verhaal heb je prachtig verwoord.
Maar ook zo herkenbaar, je denkt op een water alleen te vissen en zo opeens……

Gr. John

Waalcko
Gast
Waalcko

Ha Marcel,

Hulde voor jouw verhaal en hulde aan Ruud de kameleon.(Casueel acteur,fotograaf,dobberindegatenhouder) Zo zie je maar weer dat hulp uit een onverwachte hoek kan komen. Aanbeten trouwens ook.
Die snorkel is inderdaad 69 cm, maar dat heeft Bram al gezegd. Dus ik zeg 69.5 cm.
Kom maar op met die dobber, oh nee, je krijgt ook nog wat van mij geloof ik.

Groeten Waalcko

Rufus
Gast
Rufus

Ik heb weer genoten. Thanks 🙂

enne ik zeg 70 cm

Siebe
Gast
Siebe

Hey Marcel, prachtig verhaal weer. Hadden die oudjes weer gelijk jong.
Gelukkig is het een karpervisser en geen fanatieke snoekvisser….

Ik denk dat de snoekbaars 77cm is.

Sander Schuitemaker
Gast
Sander Schuitemaker

Ik heb weer genoten! Mooie snoekbaars ook. Ik zeg 72 cm.

Groet, Sander

Laurens
Gast
Laurens

73 cm is die snoekbaars 😉

Mooi verhaal!