De Sleepkoning

Ed Borghoff is snoekvisser pur sang. Wanneer ik bij de beste man in de boot stap, lijkt het alsof ik zo in een nieuwe episode van Roxy en Estelle zit. Je weet wel. De snoekavonturen die ik in 2010-2011 beleefde. De mannen Felix en Mans met hun geheime water. De snoekdames Roxy en Estelle…
Ed zou zo in het plaatje passen. Er hangt iets mystieks om Ed. Snoekmystiek. Net als bij Felix en Mans.

“Hoe gaat het eigenlijk met de mannen uit je verhalen, Pomp?” , hoor ik jullie denken. Naar omstandigheden goed. De mannen zijn oud, heel oud. Krakkemikkig zou Felix zeggen. “En taai”, hoor ik Mans aanvullen.

Of ik ooit nog een poging ga wagen aan de beroemde vissen? Ik weet het niet. Het kost me meer tijd dan ik me kan veroorloven. Het water ligt niet in de buurt en al die sores er omheen is ook niet echt aantrekkelijk. Het ligt op dit moment niet op mijn route.

Ik vis net zo lief een dagje met Ed.
Ed Borghoff welteverstaan. Wanneer je die naam googled, zie je een echte snoekvisser. Een snoekvisser met heel veel grote vissen op z’n naam. Wekelijks zit hij in de boot. Ed roeit. Achter de boot klieven twee dobbers door het water. Onder deze dobbers zwemmen dode aasvissen. Ja, echt !! (Kom ik later op terug)
Kilometers lang roeit hij zich een breuk. Ondertussen kijkt onze snoekvisser naar zijn dobbers.
Smachtend naar het moment dat er één onder gaat. Ed beoefend al jaren het ambacht “Slepen”.
Ed ben ik tegengekomen tijdens een Roofviswedstrijd bij Schwegler Boten verhuur. Sindsdien hebben we contact en stap ik ’s winters regelmatig bij hem in de boot. Genieten!

Foto: Ed Borgfhoff. Foto geschoten in één van onze wintersessies.
Voor een paar jaar terug viste hij nog wekelijks met zijn bejaarde vader. Ook zo’n snoekvisser pur sang. Zoonlief aan de roeispanen en Pa op het bankje bij de motor.

“Pa” , noemt Ed hem in zijn herinneringen. Pa en Ed Borghoff. Schitterend.
Als ik Ed moet geloven was Pa meer een levend aas visser. Toen het verboden werd vond Pa het spelletje steeds minder leuk. Maar Pa moest aan de doodaas vissen. Het zou anders wel een hele dure hobby worden. De boete voor het vissen met levend aas ligt tegenwoordig op €370. Dan maar met dood aas. En zo vingen zij hun snoeken. En wat voor snoeken.

Pa is er al een tijdje niet meer, maar Ed vist nog wekelijks. In z’n uppie. Soms met een maat. Afgelopen winter zat ik regelmatig bij Ed in de boot. Op de plek van Pa. Wel gek, maar ook heel mooi.

Als leerling “Sleper” zat ik dan op het bankje te genieten. Te genieten hoe Ed zijn dode vissen liet zwemmen. Want dat ziet er makkelijker uit dan het is, geloof me.
Vroeger toen je nog met levend aas mocht vissen, zwommen die beesten nog mooi achter de dobber. Probeer hetzelfde maar eens met dode aasvissen te bereiken. Ed krijgt het voor elkaar. Meerdere keren heeft hij te horen gekregen dat hij niet met levend aas mag vissen, maar dat gebeurd ook niet. Hij weet zijn montage zo te creëren dat het net lijkt alsof die vis zwemt. Dat is toch knap met vissen uit de vriezer.

Thuis probeerde ik het ook en dacht heel vaak dat ik het wiel had uitgevonden. Het liep meestal uit op een drama voor Pomp. Terwijl Ed weer een best aantal snoeken in de boot had, mocht Pomp weer met de staart tussen de benen naar huis. Een illusie armer, weer een ervaring rijker. Om soms moedeloos van te worden. Ed kon daar wel om lachen.
Mijn dobbers in de winter
Foto: Mijn dobbers in koude tijden. Ze zijn ook nu weer mee.
Inmiddels heb ik veel van de meester geleerd en ving ik in de winter ook mijn vissies. Nog niet echt veel bijzonders, maar ik ging niet meer met lege handen naar huis.

Het is ondertussen zomer. Meestal zit ik dan aan een zeeltwater of zoek ik mijn heil ergens aan de IJssel, maar ik ben door Ed toch ook vet aangestoken door het slepen.
Afgelopen winter nodigde hij me dan ook uit om een keer in de zomer te komen vissen en die uitnodiging nam ik dan ook gretig aan.

Welnu, het is bijna een half jaar later en de afspraak stond voor afgelopen weekend.
We hadden om 06:30 uur afgesproken bij Ruud Schweglers Botenverhuur.

Wanneer ik aankom heeft Ed de boot al ingeruimd en mag ik mijn spullen inladen.
Het voelt als vanouds. Pomp start de motor en we varen naar de eerste stek. De vissen gaan overboord en vier dobbers bestrijken een groot stuk water. Ed roeit dat het een lieve lust is.
Normaal gesproken vangen we op deze stek wel een visje, maar we krijgen geen tik. Dat belooft niet veel goeds. We draaien de ringvaart op en plots ben ik een dobber kwijt. Ik sla aan, voel even weerstand, maar sla mis. Een aasvis met beschadigingen krijg ik terug.

Foto: De eerste vis hangt.
Tien minuten later is daar toch een aanbeet. Ed ziet een snoek over zijn aasvis schuiven en met een flinke uithaal zet hij de haak. Een mooie 70er ligt even later in de boot.
We vervolgens onze weg en nog geen 50 meter verder gaat zijn dobber alweer onder. Nummer 2 zit vast aan de dreggen en zo staat de score al heel snel op twee.

Foto: Donder en regen in aantocht. Snel schuilen.
Dan verschijnen er donkere wolken boven ons en Pomp krijgt de bibbers. Ik ben als de dood voor onweer en Ed besluit de boot richting een brug te sturen.

Het begint nu ook te plenzen en we liggen stil. Net als Ed even een stukje roeit, verdwijnt één van mijn dobbers en begint mijn molen te ratelen, maar Pomp ligt half te dutten.
“Pomp, je dobber gaat!!!” Ik schrik wakker en sla aan. De dril volgt.
Nog geen 30 seconden later zie ik ook mijn tweede dobber vertrekken. Het wordt een gekkenhuis. Na veel geklooi liggen er twee snoeken in de boot. Een van 89 cm en een 70er. Ze liggen allebei in de visbun en ik besluit voor de verandering eens een ander soort foto te laten nemen.

Foto: En toen was er nog maar 1. 
De bedoeling is dat ik een vis op schoot heb en een andere vis daarboven houdt. Ed heeft er geen vertrouwen in. Wanneer de eerste vis op schoot ligt, krijg ik de andere vis en net als Ed een foto knipt springt de 89er zo van mijn schoot het water in. Beduusd kijk ik de vis na.  Mijn medevisser komt niet meer bij van het lachen. Wat een giller.Verbaasd zit ik in de boot en als troost wordt er nog een plaatje geschoten van de achtergebleven vis. We staan allebei op 2.

De regen is gestopt en we varen verder. Ed wil naar het grote water en we verlaten de ringvaart.
Het waait behoorlijk en wanneer we na 15 minuten ons doel hebben bereikt merken we dat de wind is aangetrokken. Ed roeit zich een ongeluk en hij besluit ons heil meer richting kant te zoeken. Net als we langs een eilandje driften zeg ik voor de grap. “Let op, daar gaat ie!” Alsof de duvel er mee speelt vertrekt de dobber van Ed en slaat hij aan.

Foto: 96 cm snoek voor Ed.
Onder het oppervlak zien we een vis vechten. Een beste zo te zien en de snoek geeft goed sport. Na een paar mooie runs ligt er binnen de kortste keren een mooie dame in de boot. Ed gokt op 96 cm en 96 cm it is. Het heeft even een tijdje geduurd, maar er ligt weer vis in de boot. Yes!

Na de fotoshoot roeien we verder en Pomp dommelt bijna in. Ik besluit mijn lijn tussen duim en wijsvinger te houden en nog geen 10 minuten later voel ik onrust op de lijn. Een aanbeet. Snel sla ik aan, geef de andere hengel aan Ed en ik begin te drillen. De vis doet zich voor alsof het een hele grote is. Mijn hengel gaat hoepeltje rond. Ed geniet.

Foto: Pomp in actie! Jiehaaaa
Tot mijn verbazing komt er een lage 70er boven. Ongelofelijk hoe fel die beesten in de zomer zijn. Ze gaat nog een keer naar beneden en neemt nog een paar runs. Dan is het over. Vijf minuten later ligt ze weer in het water. Fotootje heb ik niet genomen, de dreg zat wat onprettig. Gelukkig zwemt ze snel weer weg.

De wind trekt steeds verder aan en we besluiten een plek te zoeken om even te pauzeren. Ik heb het gasstelletje weer mee. Een broodje Gelderse rookworst zit een kwartiertje later in onze gevulde magen.

We hebben haast. Ed vindt de vangst magertjes, 6 vissen is veel te weinig, maar ik ben allang blij. Ieder 3 vissen. In de winter zou ik er voor tekenen. Ed had op veel meer aanbeten gerekend.

Wanneer we een kantje met steigers passeren zie ik onze snoekvisser een slaande beweging maken.
“Ja!!!”, hoor ik em roepen. Ed drilt een vis. Een beste zo te zien en het lijkt erop alsof deze richting de meter gaat. Pomp staat klaar met het schepnet en ook al heb ik meer dan 100 vissen geschept, toch gaat het bijna mis.

De grote dame zwemt zo mijn net in en ik denk dat ik deze heb, maar omdat Pomp het net niet meteen omhoog trekt, weet de vis zich in een halve seconde raezendsnel te draaien en zo het net uit te zwemmen. Onvoorstelbaar! Ed vloekt een keer en moet de vis onder een steiger vandaan trekken. Heel voorzichtig krijgt hij haar daar vandaan en voor een tweede keer zwemt ze het net in. Meteen klap ik het net dicht en met een grote zucht gaan we zitten.

Ed ziet dat er een dreg is losgeschoten. Dit had niet lang geduurd of ze had zichzelf bevrijd. Ik kijk in het net. Aan de brede rug zie ik dat de dame groter is dan de 96 centimeter die een paar uur geleden de boot aan de binnenkant heeft bekeken. De vis is 1 meter 2, een pracht vis en ik schiet wat platen. Ed laat haar vervolgens zwemmen en ze zwemt netjes weg. Ik geef de vanger een hand en feliciteer hem met z’n mooie metervis.

Foto: Ed met 1 meter 2. Mooie vis!

Na alle commotie roeit Ed weer langzaam naar Schwegler. De dobbers hebben het zwaar te verduren met de enorme golfslag die het weer en passerende boten creëren.
Toch krijg ik nog een paar mooie aanbeten, waarvan er 1 blijft hangen.
Een stropdasje (kleine snoek) komt even bij Pomp kijken en ik laat de vis vrij snel weer gaan.
We varen terug naar Schwegler en besluiten te stoppen.

Met 10 aanbeten, waarvan we samen 8 verzilveren ben ik super tevreden. Wat ik gemerkt heb is dat de snoeken in de zomer twee keer zo fel zijn als in de winter. Volgens Ed hadden we veel meer aanbeten moeten hebben, maar it’s all-in the game.

Dat slepen is zo ongelofelijk kicken. Het zien wegzakken van de dobber geeft mij toch een behoorlijk spannend gevoel. Normaal gesproken zou ik pas in de november, december weer beginnen met snoeken. Maar met de ervaring die ik inmiddels heb opgedaan, deze hoeveelheid aanbeten, kans op grote vissen, is het wel heel erg verleidelijk om wat eerder achter de snoek aan te gaan. Dus Ed, hou die bank maar vrij. Eind september kom ik er weer aan 🙂

0 Reacties

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter